MeiInterview Amarens Genee

29/05/2019
https://www.sportutrecht.nl/wp-content/uploads/2019/05/Amarens-Genee.jpg

Amarens Genee nieuwe buurtsportcoach topsport

Amarens Genee is begin mei in dienst getreden van SportUtrecht als buurtsportcoach, die zich richt op versterking van het topsportklimaat in de stad Utrecht. Net terug uit Italië is de voormalige waterpoloster van Oranje begonnen met een verkenningstocht in de stad.

Ze stalt haar stadsfietsje voor zwembad De Krommerijn. Nog maar amper terug uit Italië, pas net een punt gezet achter haar carrière als topsporter, sinds kort wonend in Utrecht en net begonnen in haar nieuwe baan als buurtsportcoach bij SportUtrecht, met bijzondere aandacht voor talentontwikkeling.

Weer wennen in Nederland
Amarens Genee (28) moet nog wennen. Natuurlijk, ze mist haar Italiaanse vriend die zich wellicht later in Nederland zal vestigen. ‘Het is sowieso niet eenvoudig die twee jaar in Rapallo te moeten afsluiten. Je bouwt daar iets op en dat moet je dan achterlaten. Het is nog zo kort geleden dat we in Italië in de play-offs speelden. En ik was natuurlijk gewend om twee keer per dag te trainen. Dat is nu twee, drie keer per week, hier bij UZSC.’

‘Ik heb hier nu ook iets moois,’ zegt ze er meteen achteraan. De omslag was echter abrupt, ook al wist ze al langer dat het er aan zat te komen. Ingegeven door een slepende schouderblessure. Reden ook waarom de midvoor twee jaar geleden buiten de nationale waterpoloselectie van coach Arno Havenga viel. In Rapallo – een fraai stadje aan de Middellandse Zee in de provincie Genua – hield ze de blessure onder controle met intensieve fysiotherapie. Een jaar geleden werd ze alsnog geopereerd.

Maar het was niet alleen haar schouder. ‘Ik heb een heel verleden met blessures, met mijn polsen ook,’ zegt Genee. ‘Ik speelde ook geen midvoor meer. Ik ben klein voor een midvoor, ik moest het hebben van mijn explosiviteit. Maar met die blessures was het niet leuk meer. En in de topsport moet je er nu eenmaal helemaal voor gaan.’

Een terugkeer bij Oranje zat er ook niet meer in. ‘Ik kan dat fulltime trainingsprogramma niet meer aan. Anders had ik nog wel terug willen vechten. Want dat gat met andere speelsters is nu ook weer niet zo groot. Dan heb ik wel die dagelijkse arbeid nodig en dat kan ik niet meer opbrengen. Het liefst zou ik nog elke dag vier, vijf uur willen knallen, maar ja…’

Weer samen met zus in team
Wel speelt ze volgend seizoen bij UZSC, mét zus Dagmar. Als haar naam valt, breekt de zon door op het gezicht van Amarens. ‘Altijd samen, ook in Oranje en op Hawaï. En nu dus bij UZSC. Ja, die connectie is en blijft.’

Ze begonnen samen in hun geboortestad Gorinchem voor PCG en maakten beiden de opmars naar de Nederlandse waterpolotop. Op Hawaï speelden ze voor het universiteitsteam Rainbow Wahine, waar Amarens bewegingswetenschappen studeerde. Later behaalde ze haar masters aan de VU in Amsterdam. Zus Dagmar traint nu dagelijks bij het Nationaal Topsport Centrum (NTC) waterpolo voor deelname aan de Olympische Spelen van volgend jaar in Tokio. Het zouden haar eerste Spelen kunnen zijn. Een droom die Amarens nu heeft opgegeven. ‘Je gaat weg en er komt een vervanger. Dat is wrang, hard, maar je moet het accepteren. Maar het is leuk dat mijn zus erbij is. Als aanvoerster ook, dat doet ze goed. En misschien ga ik wel als supporter naar Japan. Ik overweeg het wel.’

Versterken topsportklimaat
De vacature bij SportUtrecht kreeg Amarens Genee in Italië onder ogen. ‘Ik was in het afgelopen jaar al in contact over wat te doen ná mijn tijd als topsporter. Ik wilde na mijn eerste, moeilijke seizoen bij Rapallo nog niet stoppen. Niet na zo’n rot jaar. Ik ben na de operatie dus nog een jaar doorgegaan en wilde me voorbereiden op wat ik daarna wilde doen. Ik heb bewegingswetenschappen gestudeerd, maar mijn interesses zijn breed. Topsport is leuk, maar niet mijn eerste prioriteit. Ik ben in Italië jeugd gaan coachen, wat ik erg leuk vond. Dat ben ik echt gaan ontdekken. Ook een thema als een gezonde leefstijl vind ik erg interessant. Topsport moet ook een effect hebben op de breedte.’

Het is één van de thema’s waarover ze nu veel nadenkt. ‘Mijn baan geeft me veel vrijheid en veel moet nog precies worden ingevuld.’ Hoe of wat is dus nog niet duidelijk, er is pas net een begin gemaakt. Helder is wel, dat ze een schat aan ervaring heeft. ‘Ik heb veel goed voorbeelden gezien van hoe topsport is georganiseerd. Zowel op de campus in Honolulu als bij een club in Italië en bij het NTC in Nederland.’

Versterken van het topsportklimaat in de stad Utrecht is haar hoofdtaak bij SportUtrecht. Ze richt zich daarbij op het verlenen van mobiele ondersteuning aan topsportclubs en regionale talentcentra (RTC´s), op versterking van het sporttechnisch kader via de Masterclass Topcoaches bijvoorbeeld, op de verdere ontwikkeling van Talentboek Utrecht en op de ondersteuning van de ambities van de RTC’s.

Langs bij clubs en talentcentra
Ze zal in haar functie een duizendpoot moeten zijn. Die duizendpoot verkent dus nog, maar is wel voorzien van de nodige bagage. ‘We trainen heel intelligent in Nederland,’ antwoordt ze op de vraag hoe ze aankijkt tegen het topsportklimaat in Nederland. ‘Coaches en speelsters zijn meer in gesprek met elkaar, vergeleken met het buitenland. We kennen die hiërarchie niet zo. In Italië moet je gewoon luisteren naar de coach. En in de VS wordt vooral heel hard getraind, met geweldige faciliteiten overigens. Zo’n campus als op Hawaï zullen we hier niet snel krijgen.’

Meer erkenning voor sporttalent
Er is nog een ervaring die ze meeneemt uit Italië en de VS: ‘In beide landen ben je een sportheld, je hebt aanzien. En dát is in Nederland minder zo. Daar mag wat mij betreft wel wat verandering in komen. Want ik weet dat topsporters veel meer in huis hebben dan alleen dat talent voor sport. Ik wil daar iets mee. Binnen mijn functie past ook dat ik die talenten meer erkenning geef in de stad.’ Aan de andere kant ziet ze ook dat de mentaliteit van sporters beter mag: ‘Als sporter moet je al vroeg belangrijke keuzes maken en daar volledig achter staan.’

Bij haar rondgang langs sportclubs die zich met talentontwikkeling bezig houden weet ze dat er clubs zullen zijn die blij zijn met de ondersteuning, zoals andere al veel zelf hebben geregeld. Bij het RTC Shorttrack op De Vechtsebanen resulteerde het al tot een mooie afspraak. ‘Ze verzamelen daar veel data van de jonge talenten, met logboekjes bijvoorbeeld. Belastbaarheid is daar een belangrijk thema. Je hebt immers te maken met talenten die ook naar school gaan. Vanuit mijn achtergrond als bewegingswetenschapper ga ik kijken of daarbij kan helpen, om concreet handvatten te geven. En de bedoeling is dat het reproduceerbaar is; dat we het ook bij andere clubs of teams kunnen aanbieden.’

Tekst: Pim van Esschoten | Foto: Beeldboot – Gertjan Kooij

Meer weten? Zie www.sportutrecht.nl/topsport. 
Of neem direct contact op met Amarens via amarens.genee@sportutrecht.nl

@copyright SportUtrecht 2018